vrijdag 20 februari 2009

14 februari 2009

Tien Geboden van NTGent/Wunderbaum. Voldoet volledig aan de verwachtingen, maar overtreft ze niet. Eigenlijk valt er niet meer over te zeggen dan dat het gewoon goed is. Maar toch een recensie erover geschreven:

Marathon Tien Geboden houdt spanning vast

Vorig seizoen speelde NTGent met groot succes het eerste deel van de ‘Tien Geboden’. Onder regie van Johan Simons speelden de acteurs van Wunderbaum aangevuld met acteurs uit het ensemble van NTGent de eerste vijf geboden. Eindelijk speelt nu ook deel twee in de Nederlandse theaters. Beide delen zijn achter elkaar te zien in een marathon, waarin alle tien de geboden aan bod komen. Samen zorgen ze voor een dag theater vol emoties, stevig spel en als uitsmijter een glimlach.

Tussen het eerste van ‘Tien Geboden’ en het tweede deel zijn nogal wat verschillen te ontdekken. Sloot het eerste deel met gebod vijf nog af met een indringend relaas van een moeder over haar ter dood veroordeelde zoon, het slot van deel twee is met het tiende gebod Gij zult niets begeren wat uw naaste toebehoort een stuk luchtiger. In een soort klucht razen Walter Bart, Matijs Jansen achter Frank Focketyn aan over het podium: doel is de postzegelverzameling van hun overleden vader compleet maken. Met deze tragikomedie wordt een glimlach getoverd op het gezicht van de toeschouwer, wat een welkome afwisseling is op de veel ernstiger zaken, die in de overige geboden aan bod komen.
Zeker in de eerste vijf geboden worden heftige persoonlijke drama’s verteld. In deel twee zijn grotere regiekeuzes gemaakt en staat het theater zelf meer op de eerste plaats en de persoonlijke drama’s op een goede tweede. Zo wordt in gebod acht bijvoorbeeld de hele zaal betrokken. Verschillende acteurs bevinden zich dan tussen het publiek, dat als geheel toehoorder is bij een lezing over ethiek en als zodanig getuige is van een verbijsterende onthulling omtrent de gerespecteerde hoogleraar. De scheiding tussen acteurs, die publiek spelen en het ‘echte’ publiek wordt daarmee diffuus gemaakt. Ook in gebod negen is de vorm belangrijker dan de inhoud. Het decor wordt compleet overhoop gesmeten, wat enerzijds de emoties van de overspelige vrouw ondersteund, anderzijds ook de aandacht afleidt van dit niet meer zo intieme probleem.
De televisieserie Dekalog van de Poolse regisseur Krzysztof Kieslowski diende als basis voor de bewerking die dramaturg Koen Tachelet en regisseur Johan Simons voor deze marathon maakten. Met weinig woorden en veel suggestieve beelden vertellen de delen elk een verhaal waarin op vrije wijze gerefereerd wordt aan een van de tien geboden uit de bijbel. Ook in de toneelbewerking wordt religie slechts zijdelings aangehaald en is het aan de toeschouwer om de verhalen aan de geboden te koppelen. Zo wordt het gebod ‘Gij zult niet stelen’ uitgewerkt door een jonge moeder haar eigen kind te laten ‘stelen’. Maartje Remmers speelt de dochter, die bij haar biologische vader, teddyberenmaker Walter Bart, beren in haar jurk blijft stoppen. Wine Dierickx vertolkt de moeder, die het recht aan haar kant heeft staan, zo beweert ze zelf. Het is een zeer ontroerende scène, waar de onbeholpenheid vanaf straalt. De voorstelling zit vol met dergelijke pareltjes, waarin de acteurs zich van hun beste kant kunnen laten zien en ook Johan Simons goed uit de voeten kan. Het is een mooie afwisseling tussen klein en ontroerend en groots en meeslepend.
Ook muziek speelt een opvallende rol. Vaker werkt Simons met muziek in diverse muziektheater- en operaproducties en zijn ervaringen daar doordringen ook zijn theatervoorstellingen. Een liefdesliedje is bijvoorbeeld de enige aanwijzing dat de jongen en een meisje uit het eerste gebod elkaar aardig vinden. Op deze manier wordt muziek vaker in de voorstelling ingezet, waardoor niet alleen lucht en relativering gegeven wordt, maar ook informatie zonder daar verder woorden aan te wijdden. Als zodanig is het bijna een vervanging van de sferische filmbeelden die Kieslowski tot zijn beschikking heeft om de verhalen te vertellen.
Al met al is ‘Tien geboden’ een evenwichtige voorstelling, die de toeschouwer alle hoeken van de menselijke emoties laat zien en tegelijkertijd alle theatrale mogelijkheden benut. De verschillen tussen deel één en twee zorgen voor een goede dynamiek en de delen doen kwalitatief niet voor elkaar onder. De lange dag wordt zo meer dan goedgemaakt en de belofte die deel één opriep is in deel twee meer dan waargemaakt.


Werd er maar meer van dit soort theater gemaakt...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten